Grote afstanden
In Katherine heb ik een slaapadresje bij een Nederlander. Hier heb ik een rustdag, zodat mijn lichaam kan herstellen van de afgelopen drie lange dagen. Op de rustdag heb ik tijd om uit te zoeken waar ik allemaal eten en drinken kan scoren in de outback. De conclusie is dat er eigenlijk altijd ongeveer tweehonderd kilometer zit tussen twee tankstations waar je wat basisdingen kunt kopen en water kunt vullen. Verder zijn er bijna geen supermarkten, dus doe ik in Katherine boodschappen voor ongeveer vijf à zes dagen. Mijn tassen hebben nog nooit zo vol gezeten en daarmee is mijn fiets echt megazwaar. Ik vind het spannend dat er niet zoveel water beschikbaar is, maar ben wel blij dat ik nu getest heb hoeveel ik per dag drink. Schrik niet, maar de afgelopen drie testdagen dronk ik 15 liter water per dag. Dit kan ik nu prima meenemen en als ik soms nog ergens een colaatje drink en het flesje meeneem, wordt die capaciteit alleen maar groter. Mocht het water opraken, dan heb ik ook van andere fietsers gehoord dat je je bidon omhoog kunt houden als er auto’s langskomen. Meestal stoppen deze dan om water te geven. Dit geeft op zich wel een veilig gevoel en vertrouwen dat het goed komt.
Bitter springs
Na Katherine ga ik eerst naar Bitter Springs; dit is een natuurlijke waterbron waar je veilig kunt zwemmen zonder krokodillen. Het water is onwijs helder en wanneer ik er ben, is er helemaal niemand anders. Gek om op zo’n mooie plek helemaal alleen te zijn, maar dat maakt het nog bijzonderder. Voor onderweg heb ik nu meer zoute dingen mee om te eten, zodat mijn lichaam meer vocht vasthoudt. Ook neem ik vanaf nu elektrolyten, omdat dat beter is voor mijn lichaam. Ik fiets over de snelweg omdat er simpelweg geen andere weg is. Hier komen soms roadtrains voorbij; roadtrains zijn vrachtwagens met tot wel vier trailers. Echt megaindrukwekkend om te zien, heel machtig, maar het is ook oppassen omdat deze niet zo snel kunnen afremmen en fietsers nog wel eens over het hoofd gezien worden.
Starten aan de outback
Tussen de dorpjes in is er ook echt helemaal, helemaal niets: geen boerderijen, geen huizen waar je nog kunt aankloppen, echt niets. De hele dag door fiets ik met hetzelfde uitzicht over dezelfde vlakke weg. In Australië ben ik weer aan het koken; dit had ik sinds Centraal-Azië al niet meer gedaan, maar ik vind het leuk om daar weer mee te beginnen. Pasta, noedels, maar vooral wraps; wraps vind ik zo onwijs lekker om te eten en het is ook nog eens makkelijk te maken. ’s Avonds kampeer ik vaak bij reststops; dit zijn parkeerplekken in de outback waar automobilisten kunnen uitrusten of mensen met een camper mogen slapen. Meestal is er helemaal niemand, wat het best bijzonder maakt. In het grote niets kamperen met de meest prachtige sterrenhemel die ik ooit heb gezien. Overdag is het 38 à 40 graden en ’s nachts koelt het iets af naar 28 graden. Omdat de zon de hele dag op de grond staat waar ik op kampeer, komt er ’s avonds en ’s nachts nog veel warmte van de grond mijn tent in. Het is ’s nachts hopen op een briesje dat door mijn tent waait, maar het gebeurt ook regelmatig dat ik stil lig in bed en flink lig te zweten. Ik merk na de eerste dagen dat mijn lichaam nu wel meer gewend is aan deze omstandigheden en het vele water drinken. Ik heb ook geen last meer van kramp, dus als ik op deze manier doorga, dan red ik het door de outback.
Wil jij mij steunen om deze reis te maken dan kan dat via de betaallink hiernaast/boven. Voor bijvoorbeeld 5 euro heb ik een koffie of een biertje, voor 10 euro een maaltijd en voor 20 euro een overnachting.
Laat een leuk berichtje achter waarvoor of waarom jij hebt gedoneerd! Alvast bedankt!
Ik lees met plezier al je reisverhalen! Stoer dat je nu deze reis maakt in een heel ander werelddeel. Veel plezier!
Beste Sven
Pas goed op jezelf en neem geen onnodige risico’s.
Laat me maar zolang mogelijk genieten van je rondreis.
Groetjes Peter(85).