Onderweg naar Lake Toba kom ik voor het eerst in Indonesië een andere fietser tegen. Het is een Fransman die één maand voor mij vertrokken is vanuit zijn huis. Hij heeft de hele reis nog geen vlucht gebruikt, echt enorm knap! Om dat te realiseren, heeft hij een groot deel door Rusland en door China gefietst. We zijn ongeveer dezelfde leeftijd en hij vindt het fijn om weer eens een andere fietser te zien. De laatste fietser die hij heeft gezien, is drie maanden geleden. We gaan helaas beiden een andere kant op en kunnen niet veel tijd samen doorbrengen, maar het klikte goed en dit was wel een type jongen geweest waarmee ik zo een tijd had kunnen samenfietsen. Hij gaat nu naar de orang-oetans in het noorden en fietst daarna in Indonesië ook helemaal naar Bali, dus wie weet zie ik hem nog.
Lake Toba is het grootste vulkanische meer ter wereld. Ter wereld! Als je het op de kaart opzoekt, zie je pas hoe bizar groot het is. In het meer ligt een eiland genaamd Samosir wat ook al een groot eiland is. Ik fiets langs het meer eerst een stukje langs de noordkant van het meer. Daar lukt het om te kamperen op de bergrand die om het meer heen ligt. Er is daar een afgelegen restaurantje en de eigenaar vindt het maar al te prachtig dat ik er op de fiets ben gekomen en zegt meteen “Ja” op de vraag of ik mijn tentje hier op mag zetten.
Na het stukje over de bergrand daal ik af naar het meer en neem ik de veerboot naar Samosir eiland in het midden van het meer. Op de veerboot gaat al vrij snel echt keiharde muziek aan. Later in Indonesië leer ik dat dit vrij normaal is op veerboten, maar nu schrok ik me rot en dacht ik: “Wat een idioten.” Nu ik er over nadenk, moet ik eerlijk zijn: ik schrik vaak nog steeds en denk ook nog steeds: “Wat een idioten.” Ik vlucht naar het dek waar de muziek een stuk minder hard is. Daar op het dek wordt een traditionele dans opgevoerd. Een man en twee vrouwen in prachtige kostuums voeren geen snelle dans uit, maar er worden rustige bewegingen gemaakt. Heel bijzonder om te zien!
Eenmaal op het eiland zie ik een reizigster die ik in Vietnam heb leren kennen. Leuk om weer even ervaringen uit te wisselen en om weer even een vertrouwd iemand te zien. Ik blijf daar een dag om het dorpje wat te verkennen. Het dorpje wordt gekenmerkt door mooie daken, toeristen en mooie rijstvelden. In het dorp word ik ook nog herkend door Nederlanders. Iets wat in Indonesië nog niet was gebeurd, altijd leuk.
Vanaf het dorpje fiets ik via de noordkant van het eiland naar de andere kant van Samosir. Hier is het meer op zijn smalst en kun je met een brug weer naar de andere kant van het meer. Aan deze kant van het meer heb je het grootste Jezusbeeld ter wereld. Deze ziet er hetzelfde uit als het beeld boven Rio de Janeiro, maar is dus nog groter. Ik zie hem vanaf de klim de krater uit. Het is een steile klim en het is flink werken om boven te komen. Halverwege de klim word ik door locals uitgenodigd om met ze mee te lunchen. Heel fijn, want ik was wel toe aan een hapje eten. Tijdens de klim word ik ook veel aangemoedigd door mensen die langskomen rijden. Het voelt bijna als een teamprestatie en niet als een individuele prestatie.
Beste Sven
Bedankt voor deze blog. Het roept bij mij zoveel herinneringen op. In 2016 heb ik met mijn vrouw een reis door Indonesië gemaakt en zijn hier ook geweest. Je beschrijft het op zo’n beeldende manier dat het bij mij allerlei beelden oproept. Nogmaals dank. Ik blijf je volgen en zie iedere dag belangstellend uit naar je belevenissen. Wees er maar trots op dat je dit kan en mag meemaken.
Groetjes Peter (85).